Emballage als gemeenschappelijk goed

//Emballage als gemeenschappelijk goed

Emballage als gemeenschappelijk goed

Nagenoeg alles wat wij zien, aanraken of gebruiken is vervoerd op of in een ladingdrager. Eigenlijk best wel een bizarre gedachte. Er geldt dus dat alles wat ik ‘heb’ of gebruik mij alleen heeft kunnen bereiken doordat de ketenpartijen die dat bij mijn voordeur af moesten leveren, hebben besloten om samen te werken en emballage daar voor in te zetten.

In de kern nog eenvoudig, als je er heel wakker naar kijkt. Van grondstof tot halffabricaat en zo als eindproduct besteld door mij naar de consument. In de keten allemaal verschuivingen van A naar B (eventueel weer terug naar A), maar zo door via B naar C, etc… Tot aan Z; de eindklant. Nu zijn er meerdere kruisbestuivingen in de keten en evenzoveel afspraken als eigenaren van diverse soorten emballage… Kortom, zo vanzelfsprekend is het niet.

Onderzoek

Uit onderzoek is een aantal zaken naar voren gekomen. Deze resultaten deel ik u graag op hoofdlijnen:

“Slechts 6% weet wat te kunnen verwachten aan beschikbaarheid v.w.b. emballage in de aankomende periode”

“10% weet niet, 54% weet ongeveer en slechts 6,8% weet precies wat de orderintake betekent voor de beschikbaarheid van emballage”

Vergeten we dan niet iets? Als ik immers vandaag iets bestel dan heb ik het morgen (of zelfs nog dezelfde dag) in huis en nog steeds geldt dat dat niet plaats heeft kunnen vinden zonder ladingdragers. We kunnen dus wel producten leveren, maar hebben ‘geen’ inzicht in het middel dat noodzakelijk is om het product beschikbaar te krijgen.

Als voornoemde cijfers invloed hebben op de keten en het gedrag in de keten voor wat betreft de beschikbaarheid is het steeds meer bijzonder dat ik als consument ‘gewoon’ geleverd krijg wat ik bestel. Heeft dat met opslag en warehousing te maken? Natuurlijk!

Open deuren

Natuurlijk zijn die er ook, maar wat doen we er aan? Uit onderzoek is gebleken dat onderstaande uitdagingen spelen in de logistieke operatie:

“Ladingdragers blijven achter bij de klant waardoor wij ze niet opnieuw in kunnen zetten.”

“Er wordt niet gekeken naar het collectieve belang van de hele keten, bijvoorbeeld doordat er geen informatie wordt gedeeld.”

“Extern wordt het belang en de waarde van ladingdragers onderschat.”

Disruptief

Gaan we naar deze emballage-materie en aanverwante vraagstukken kijken, dan moeten we uit het bestaande om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Steeds meer en meer zijn er de platformen die als paddenstoelen uit de grond komen. Daar kun je wat van vinden natuurlijk. Maar in de kern doe ze iets heel goed. Ze zijn in het begin behoorlijk kostbaar, ze zijn schaalbaar (exponentieel) en ze blijven dus alleen bestaan als ze echt meerwaarde leveren. Als dat niet het geval is blijven de kosten te lang voor de baten uitgaan en zal de exponentiele groei (te lang) uitblijven.

Kan dat dan niet met emballage?

Stel, we gaan de emballage zo positioneren en beschikbaar stellen dat deze er altijd is. In de juiste hoeveelheid en op de juiste plaats. Stel dat we dat dan integraal realiseren. Dan heeft u er dus altijd genoeg, nooit te veel en zijn de kosten voor wat betreft administratie, controles en opvolging te reduceren.

U meldt wat u verstuurt en u meldt uw behoefte voor de dag van morgen. Het netwerk komt in actie en reguleert zich zelf in het vraag en aanbod.

Er is dan niet meer een eigenaar van een pool. Er is dan niet meer een partij die de administratie voert en periodiek afstemt met zijn keten, er is dan geen hamster-gedrag meer en de opslag gaat naar beneden. Het onnodig en leeg verslepen van emballage wordt dan ook bij de juiste keuzes gereduceerd.

(On)mogelijk en dus een utopie?

De doemdenker zal dit zien als onmogelijk en niet realistisch. Wie gaat dit betalen en waar komen de ladingdragers nu van vandaan? Wie staat er garant en wat als ‘ze’ toch niet beschikbaar zijn? Maar is het niet onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om te doen wat we kunnen om zoveel mogelijk kosten uit de keten te helen, niet concurrerend te zijn op een gemeenschappelijk goed, zoals emballage en daar waar mogelijk ook het milieu ten goede komen (minder CO2 uitstoot, onnodige productie en verhoging van de roulatie). En laten we ons ook vooral niet lijden door angst gedreven ondernemerschap.

Kortom; u bezit niet (meer), maar u gebruikt wat u nodig heeft. U administreert niet meer, maar weet dat er genoegd is. Een verschil in de administratie bestaat niet meer, want ‘ saldo afstemmen’ gaat voor goed in het cognitieve geheugen!

Het kan niet bestaat niet.

By |2018-04-04T12:14:19+00:00april 2nd, 2018|Geen categorie|0 Comments